Vakantie en oude meuk.

83

Wanneer U dit leest ben ik waarschijnlijk weer terug in Diepenheim. Meestal ga ik in mei op vakantie, maar vanwege o.a. Ons Genoegen in mei werd het juni. De voorstelling van Ons Genoegen in mei werd verschoven naar juni dus werd mijn kleine rolletje eruit geschreven omdat ik voor juni mijn vakantie had gepland. Toen werd alsnog de voorstelling verschoven naar oktober maar mijn kleine rol was weg. Toch ben ik in juni op vakantie gegaan. Waarheen was eigenlijk een vraag. In de afgelopen 50 jaar zijn we zo’n beetje heel Europa door geweest. Van het noordelijkste puntje van Schotland tot het zuidelijkste puntje van Portugal. Op de hoogste berg van Nederland en de hoogste berg van Europa. De eerste woorden van deze column schrijf ik op de parkeerplaats van de Verbeke Foundation in België. Ik moet wachten want mijn hond mag niet naar binnen. Veel bekenden uit de tijd van de Kunstvereniging kom je daar tegen. Koen Vanmechelen, Tjibbe Hooghiemstra, Marinus Boezem, herman de vries, Berlinde de Bruyckere en anderen. Maar de KvD bestaat niet meer, dat is ook vergane glorie. Maar de Verbeke Foundation is een aanrader. Via een artikel in een blad kwamen we in Fougères, een plaats ongeveer tussen Normandië en Bretagne. Al misschien wel 10 keer langs gereden. Stadsmuren uit de 14e en 15e eeuw zijn er te bewonderen. Precies aan de andere kant van Bretagne ligt Carnac. Een docu op de VRT maakte me weer attent op de

5000 jaar oude grafmonumenten. Volgens die docu maakte de zeespiegelstijging een abrupt einde aan een groot koninkrijk met een hoogstaande cultuur. Dat belooft dus nog wat met de komende zeespiegelstijging in Nederland. Terug in Diepenheim dus maar weer aandacht voor mijn eigen meuk zoals mijn oude kano. Je weet maar nooit met die zeespiegelstijging.

Ton Besling,

Carnac, France