Piemele Poemele

56

Op een schapenvachtje in de herfstzon lig ik opgerold naast de boerderij. Ik geniet en overdenk mijn korte leventje.
Oh jee, daar komt ze aan en ze gaat op een bankje naast me zitten met dat rare instrument, de ukulele en begint te zingen.
“You are my sunshine”
Ik doe maar alsof ik het leuk vind en begin te kwispelen met mijn afgeknipte staart.
Dus dat doe ik dan maar, ook al word ik af en toe gek van die liedjes. Ze lijkt soms wel niet goed wijs!
Ze heeft gesprekken met mij en dat ben ik helemaal niet gewend. Hele verhalen over het leven en dat ze zo blij met me is. Ze zegt dat ik het mooiste souvenir uit Griekenland ben en dat ik zomaar op haar pad ben gekomen.
In Griekenland had ik wel een aantal lotgenotenvriendjes en die zwerven nu nog steeds rond, op zoek naar eten.
Een herder heeft met een mes al onze oren afgeknipt. Waarom? Onbegrijpelijk!
De laatste avond in Griekenland liep ik met de ukelele-mevrouw te wandelen aan de lijn en we genoten van de ondergaande zon in de Ionische zee.
Toen we terugliepen kwamen plotseling mijn vier oorloze vriendjes ons tegemoet. Alle vier naast elkaar op een rij. Ik heb ze allen gezoend en geknuffeld, want ik voelde dat ik ze misschien nooit meer zou zien.
De ukelele-mevrouw begon spontaan te huilen, daarna liepen we terug en mijn vriendjes en wij keken nog even om.
Dat was het!
Nu heb ik een eigen strooien huisje in de kapschuur met een schapenvacht en een jute gordijntje.
Hier lig ik nu in het herfstzonnetje van Diepenheim.
Ik zie eekhoorntjes, reigers, hazen, paarden en koeien.
Wat een land. En… iedereen is aardig voor mij.
Ik begin het langzaamaan een beetje te begrijpen.
Elke dag is er eten en water en ik word geaaid en krijg volop liefde.
Dus ik doe heel erg mijn best om het goed te doen. Maar soms begrijp ik het niet allemaal.
Als ik dan lekker op het erf rondgescharreld heb en niet wegloop, dan krijg ik knuffels en gepofte kippenpoten. Dat maakt me gelukkig. Als zij zich dan ook gelukzalig omdraait en even niet kijkt, zoef, dan ben ik ervandoor. En wat er dan gebeurt.
Ik heb heel Markvelde al gezien. Ik was bij Pitch en Putt, bij het Oranjemuseum, in het Kagelinkbos en ik genoot. De mensen daar maken dan een prachtige foto van mij en zetten die op Facebook. Dus inmiddels begin ik beroemd te worden.
Jammer dat mijn baasje dat niet begrijpt. Als ze dan helemaal verwilderd met haar bus aangesjeesd komt, dan is ze wel blij dat ze me ziet, maar ik ruik haar angstzweet.
Laatst gingen we oefenen met loslopen en ik was helemaal blij. Ik rende met bijna 50 km per uur door de weilanden achter de hazen aan.
Het vrouwtje riep mij en ze stond een halve km verderop met gespreide armen te roepen en te schreeuwen.
Wat een heerlijk spel. Ik rende op haar af en stopte niet, maar rende met hoge snelheid pal langs haar, richting het Markveldse schooltje.
Mijn vrouwtje vond het geloof ik niet zo leuk, want twee km verderop hoorde ik haar huilen als een wolf.
Ik dacht, dit is niet goed en ben na een half uur terug gerend en nu gaan we samen op cursus. Dat heeft ze denk ik wel nodig.
En weet je wat ik nou zo leuk vind van haar?
Twee keer per dag roept ze met een lief stemmetje: “ Poladje, ga je mee piemele poemele?”
En dan denk ik:” Ga zelf piemele poemele!”

Oda