Het kwam door de zeelucht

89

(Een dag uit het leven van Opa)

“Heb jij gekampeerd?” zei Truus ongelovig, terwijl ze met haar lepeltje in de koffie roerde. Truus was een stuk ouder dan ik. Ik was pas 85 en hield me in ons bejaardenhuis doorgaans niet zo bezig met dametjes van over de negentig. Volgens mij was het zeker 60 jaar geleden dat zij voor het laatst zoiets opwindends had meegemaakt.

“Ja,” zei ik met gepaste trots, “In België. Ik ben een week naar de Belgische kust geweest.”

“Alsjemenou,” zei Truus. “Hoe kan dat nou?”

“Dat zal ik jou eens haarfijn vertellen. Het begon een paar week geleden toen mijn zoon op bezoek was…”

***

“De wind door je haren, de geur van het zout in de lucht en de zon op je bast… Het zal je goed doen pa. Je moet er echt eens even uit.”

Zoonlief keek me tevreden aan. Het was een voldongen feit. Hij en zijn vrouw hadden het geregeld en er was geen speld meer tussen te krijgen.

“Je zit hier maar de hele dag te kniezen in het bejaardenhuis en dat gaat zo niet langer.”

Mijn zoon en zijn gezin gingen naar een camping aan de Belgische kust en hadden voor mij een stacaravan voor senioren gereserveerd.
“Wat zeg je nou? Voor senioren?” Had ik dat wel goed gehoord? Mijn gehoorapparaat liet me wel vaker in de steek.

“Ja, op een camping niet ver bij ons vandaan.”

“Een stacaravan voor senioren? Wat is dat voor onzin?” wierp ik tegen.

“Gewoon, voor oudjes zoals jij,” zei mijn zoon.

Voor oudjes zoals ik? Pas op hoor.

“Van alle gemakken voorzien,” ging hij onverstoorbaar verder. “En wij zijn in de buurt en komen je elke dag ophalen. Kun je lekker luieren op het strand en spelen met je kleinkinderen.”

Oud worden is een zware bezigheid. Dat begrijpen de mensen niet en op dit soort momenten mis ik mijn lieve vrouw toch wel heel erg. Het idee dat ik in een stacaravan voor senioren zou worden gestopt vervulde me met vrees.

“Die caravan voor ‘oudjes’…waar staat die dan,” vroeg ik met een benepen stem.

“Jabbeke,” antwoordde mijn zoon. Vlak bij Oostende. Wij gaan daar in de buurt aan de kust kamperen. Met een tent en daar kun jij onmogelijk in. Daarom moet jij in de caravan.”

Een stacaravan voor senioren in Jabbeke. Alsjeblieft.

“Dat ding heeft zeker een garage voor mijn rollator?” zei ik bot, maar mijn zoon haalde zijn schouders op en reageerde verder niet en zo kwam het dat ik een week later werd weggevoerd in het busje van mijn zoon en zijn vrouw en mijn drie kwetterende kleinkinderen…

 

***

“En toen?…” vroeg Truus. Ze hing aan mijn lippen.

“Nou gewoon…vakantie natuurlijk. Het was wel aardig. Die stacaravan was prima. Met van alles erop en eraan, maar daar ben ik alleen ‘s nachts maar geweest. Overdag zat ik op het strand. Ik heb zelfs gezwommen.”

“Vandaar dat je zo rood bent. Je bent gewoon verbrand.” Truus kon een lach niet onderdrukken.

“Ik ben daar vroeger ook nog geweest,” ging ze verder. “Toen mijn man nog leefde.” Ze staarde dromerig in de ruimte. “Met een tent. In de Panne of zo, of misschien wel de Haan. Dat weet ik niet meer. Het is ook zo lang geleden.”

“Jij? Heb jij gekampeerd?” Ik kon het haast niet geloven.

“Natuurlijk,” lachte Truus ontspannen. “Dat waren nog eens tijden.” Ze keek me met ondeugende pretoogjes aan. “Je denkt toch zeker niet dat ik mijn hele leven in dit bejaardenhuis heb gewoond?”

“Nee…dat begrijp ik,” antwoordde ik een beetje beschaamd. Voor het eerst keek ik eens echt goed naar Truus. Ze was dan wel oud, maar wat had ze eigenlijk een lieve, zachtmoedige uitstraling.

Raar… heb ik nooit eerder gezien.

Terwijl ik haar aanstaarde borrelde er een vreemdsoortig gevoel bij me op. Fijn was dat, en warm… Dat had ik lang niet gevoeld.

“Truus,” zei ik plompverloren, “ik zou het leuk vinden als wij samen eens met de rollator op pad gaan. Zou je dat leuk vinden?”

Er verscheen een grote glimlach op haar gezicht. Toen zei ze zacht:

“De kust zullen we niet halen en kamperen zit er ook niet meer in… maar ja, ik zou het heel leuk vinden, Johan. Heel erg leuk.”

Ik voelde me blij, jong en avontuurlijk… Dat kwam natuurlijk door de zeelucht.

Door Koos Stenger