Het Koek en Zopie gevoel

43

Kent u het nog: Koek en Zopie?
Misschien fronst  u nu wel uw wenkbrauwen. “Nooit van gehoord. Waren dat misschien  komische televisiehelden uit een grijs verleden? Of vrienden van Johan Cruyff uit de tijd dat Nederland nog werd gezien als de uitvinder van het moderne voetbal?”
Toch niet. De ouderen onder u weten wel beter en kunnen het zich ongetwijfeld nog herinneren. Als de term Koek en Zopie valt, dwalen ze in hun gedachten af naar die ijskoude winters van weleer. Naar de jaren dat een Elfstedentocht heel gewoon was en er mensen waren die met auto’s wedijverden over de bevroren wateren van wat toen nog de Zuiderzee werd genoemd. IJsbloemen versierden de ramen van de slaapkamer en het water in de wasbak was veranderd in één blok ijs. Er waren zelfs jaren bij dat ook het zoute zeewater moest buigen voor Koning Winter en de golven bij het strand in Scheveningen veranderden in grillige, surrealistische ijsbergen.
Dat waren nog eens winters. Dat was de tijd waarin iedereen met Friese Doorlopers onder zijn schoenen het ijs op ging en de kinderen werd geleerd om te schaatsen op dubbele ijzers.
En het waren dus ook de winters van Koek en Zopie. Zopie was een versterkende warme, licht alcoholische drank, die werd verkocht in gezellig verlichte tentjes naast het ijs, en doorgaans genuttigd werd met een stevig stuk koek.
Koek en Zopie staat niet op de lijst van het Cultureel Erfgoed, maar desalniettemin symboliseert het tentje met zijn warme punch en oer-Hollandse koek iets dat nergens anders in de wereld zo beleefd wordt als hier, en dat is die unieke, winterse gezelligheid, een haast gewijde sfeer die over ons land neerdaalt met de eerste sneeuwvlokken.
De Koek en Zopie tentjes zijn inmiddels al lang van het toneel verdwenen, en het lijkt het er op dat de ijzige winters van vroeger ons land inmiddels ook geregeld overslaan. Toch is dat verlangen naar warmte en gezelligheid op die donkere winterdagen niet bij ons weg te slaan. In mijn leven heb ik op andere continenten gewoond, maar ik heb toch sterk het gevoel dat het Koek en Zopie gevoel alleen maar hier bestaat.
Kerstfeest in Zuid-Amerika onder de verzengende zon aan de rand van een zwembad, met een als kerstboom versierde palmboom geeft toch een iets ander gevoel. In Zuid-Afrika kan men voor een royaal bedrag een emmertje kunstsneeuw kopen om zo een ‘echt’ sneeuwballengevecht te houden. Dan ga ik toch liever voor de warme punch, de gezellige lichtjes en de winterwarme huiskamer hier.
Wij klagen nogal eens. Dat zit vermoedelijk ergens ver weggestopt in onze genen, maar het is goed om zo nu en dan eens stil te staan bij al die prachtige dingen die nergens anders ter wereld te vinden zijn en het leven zo mooi maken.
Ons zoontje, toen nog drie jaar en geboren in Brazilië, leerde het snel. Hij keek zijn ogen uit toen hij voor het eerst in Nederland kwam en er ‘s morgens een dik pak sneeuw op de auto’s lag en de winterverlichting op straat schitterde. “Kijk eens wat mooi, al die zeep op de auto’s, papa.”  Op zulke momenten realiseer ik me weer hoe bijzonder een winter in Nederland wel niet is.

Koos Stenger