Kinds

75

Door weer en wind, ik was denk ik een jaar of twaalf, ging ik bij mijn vader achterop de brommert de boer op. Grafstenen verkopen. Ja, op de brommert. Niet met de hele grafsteen achterop, dat gaat moeilijk, maar wel ‘n map met foto’s en tekeningen van grafstenen, die ik hoogstpersoonlijk af en toe mocht ontwerpen. Supertrots zat ik achterop met mijn armen om mijn vaders dikke buik geklemd.

Avonden zat hij alle overlijdensadvertenties na te pluizen en maakte lijstjes van adressen. En dan mocht ik weer mee. Doodgewoon was dat, vond ik. Gekke woordspeling eigenlijk.

Aangekomen op het erf, de boer zag ons al aankomen op een kilometer afstand, “wat komp door noe an”, begon mijn vader gelijk over het weer, de koeien en het land te praten. Om dan pas na een uur over Oma te beginnen die overleden was.

Dat vond ik wel een beetje raar.

Eenmaal in de keuken, onder het genot van een glaasje ranja, bestaat dat nog, liet ik vol trots de map zien met al die prachtige, al zeg ik het zelf, ontwerpen van grafzerken.

Regelmatig tijdens dat soort huisbezoekjes, kwam er een oude Opa of Oma de keuken in wankelen. Rollators bestonden nog niet, laat staan scootmobiels.

Een Opa met drie petten op het hoofd, tja hij was vergeten dat hij zijn pet al op had gezet.

Of een Oma met een poppenwagentje, die hele gesprekken had alsof het haar kindertjes waren.

Ik zat dan met open mond te kijken.

Éen keer stond er een Opa naar zichzelf te kijken in de spiegel. Ik viel bijna van mijn stoel  toen hij heel hard naar de spiegel schreeuwde: ”Wat dut den lilleken boer hier in de kökn, dr oet!

En een keer een Opa die in zijn broek had gepoept en dacht, weet je wat, ik knip het er met een schaar uit, dan ziet niemand het.

Ik begreep er niets van.

Hij of zij is kinds, zeiden ze dan, en dat was het.

Tja, nu noemen ze het Alzheimer met een deftig woord en bijna iedereen kent wel iemand die dat heeft! Vaak zijn het hele oude mensen. Soms jong.

En dat is wat ik nu van dichtbij mee maak. Begin zestig en de weg kwijt. Ze woont alleen en haar enige zoon van 24, hij studeert in Utrecht, komt een paar keer per week om wat boodschapjes te doen en een beetje voor haar te zorgen. Eens een slimme hardwerkende moeder, die nu hele gaten in haar geheugen heeft.

Samen met een paar vriendinnen doen we ons best om haar een klein beetje de weg te laten vinden en om het wat gezellig te maken. Ze klaagt niet, is gewend om alles alleen te doen en denkt dat ze dat ook nog kan, ze wil het, maar het lukt niet meer.

Zo kan het dus gaan en daar ben ik me erg bewust van.

Dit kan iedereen overkomen en ook mij, ik die constant de sleutels kwijt ben, die de mobiel terug vindt in de koelkast en die in de kelder staat en denkt: oh wat  zocht ik ook al weer?

Dan denk ik, ik word kinds.

 

Oda