Kiefemme

64

Hij kwam ons tegemoet bij Temmink op Deepse Brook.

Herkenbaar aan zijn grijze hoofdhaar met nog altijd die jeugdige, rossige gloed en dito snor.

Licht voorovergebogen, kenmerkende houding, hondje aan de lijn.

“Je weet wie dat is?” vroeg ik jongste dochter, die ik naar het station in Goor bracht.

“Dat is toch Harrie Heetland, jouw vriendje van de Lagere school?” zei ze.

Ik knikte.

“Aan de Hazendammerweg, bij zijn ouderlijk huis, stond een beukenboom,” begon ik.

“Daarin klommen wij, Harrie links en ik rechts en daar deden we onze voetbalverslagen.

In die tijd was Harrie voor Sparta en ik voor Feyenoord, linker tak “het Kasteel” op Spangen, rechter tak  “de Kuip” in Rotterdam.

De wedstrijden kenden altijd een buitengewoon spannend verloop, maar eindigden altijd in het voordeel van “onze” ploeg.

De Rotterdamse derby is in de beukenboom nooit gespeeld.”

Jongste dochter glimlachte betekenisvol.

“Een andere favoriete bezigheid van ons was,” ging ik verder, “het droge gras branden in de bermen aan de slootkant.

Schremm’n.

Een oud woord voor branden / schroeien.

Grote rookwolken trokken over het Deepse Brook.”

“Dat mag toch zeker niet meer?” repliceerde jongste dochter.

Ik schudde mijn hoofd.

“Voordat je uitstapt nog één verhaal,” ging ik verder:

“In de 5e en 6e klas van de Lagere school zaten Harrie en ik in het lokaal achteraan.

Overigens, voor ons jongens heette hij Kiefemme, voor de meisjes en meester Schinkel was het Harrie.

Eens zag ik Kiefemme heel benauwd kijken.

Hij kromp voorovergebogen in elkaar met zijn rechterhand op zijn buik.

Plotseling liet hij een knetterharde, droge scheet.

“Zo, den mos d’r oet,” verzuchtte Kiefemme nog.

Enorme hilariteit. Dat begrijp je.”

“Wie deed dat?” vroeg meester Schinkel.

Kiefemme stak zijn vinger op. “Zere buik, meester!”

Met enige humor zei meester Schinkel: “Als de lucht geklaard is in de omgeving van Harrie, gaat iedereen weer aan het werk.”

“Dan is ‘t allange tied um noar hoes te goan,” merkte een klasgenoot op.

Enige tijd later tikte Kiefemme mij op de arm.

“Kiek‘s achteroe, Bruin!” Hij wees op de boekenkast.

Ik zag dat een heel paneel had losgelaten.

“Den scheet van mie vloag kats deur de dure hen!” zei Kiefemme, niet zonder leedvermaak.

“Dat kost Schinkel n’n nieje kaste.”

 

Op een reünie van school Stedeke, vele jaren later, beweerden verwarde geesten met gevoel voor veel fantasie dat Kiefemme in 1963 mede een hand gehad zou hebben in de afbraak van het oude schoolgebouw onder de platanen.

Persoonlijk lijkt mij dat onwaarschijnlijk.

 

Casper Bruinink