Drawing Centre Diepenheim kan door

27

Drawing Centre ontvangt bijdrage Mondriaan Fonds
Drawing Centre Diepenheim ontvangt voor de periode 2024/2025 de bijdrage ‘Kunstpodium Basis’, bedoeld voor professionele hedendaagse beeldende kunstorganisaties die met een relevant artistiek inhoudelijk programma voor een professioneel publiek streven naar publieksverbreding.
De bijdrage bestaat uit een subsidie van € 110.000 per jaar, voor twee kalenderjaren.

Overtuigende koers na eerdere afwijzing
De commissie waardeert de aangescherpte visie van Drawing Centre Diepenheim en meent dat het kunstpodium met het programmaplan een goede artistiek-inhoudelijke formule in handen heeft waarmee het kan uitgroeien tot een platform waar uitwisseling centraal staat tussen kunstenaars, publiek en de lokale gemeenschap. De commissie meent daarnaast dat Drawing Centre Diepenheim zich de afgelopen jaren verbazingwekkend heeft weten te herpakken na de afwijzing van het Mondriaan Fonds in 2022. Er is waardering voor de activiteiten van het kunstpodium – tentoonstellingen, residenties, educatietrajecten en een breed activiteitenprogramma – in de vorm van lovende aandacht in de pers, maar ook de geslaagde crowdfunding in 2022 getuigt van draagvlak.

Publieksverbreding o.l.v. nieuw artistiek leider
De commissie waardeert de manier waarop Drawing Centre Diepenheim onder leiding van nieuw artistiek leider Noa Zuidervaart (1999) naar buiten treedt en probeert niet alleen een professioneel publiek, maar ook een breder publiek voor zijn activiteiten te vinden en aan zich te binden. Zij vindt dat Drawing Centre Diepenheim grote stappen heeft gezet op dit vlak. Door de vele samenwerkingen die het kunstpodium aangaat, van zeer lokaal tot internationaal, weet het Drawing Centre zijn publiek daadwerkelijk te verbreden.

Uniek profiel in de regio
De commissie onderstreept dat Drawing Centre Diepenheim een uniek profiel in de regio heeft en ziet de lokale en regionale inbedding bevestigd door de ondersteuning die het Drawing Centre ook ontvangt van Provincie Overijssel en Gemeente Hof van Twente en incidenteel van diverse private fondsen.