Column Oda

87

Nostalgie

Bestaan ze nog? De potloodventers. Ik zie ze nooit meer. Vroeger dacht ik dat het een potloodvent was met een potlood recht onder zijn jas. Je moest vooral oppassen voor dat soort mannen, maar ze doen niets. Wist ik veel. Zo fietste ik een keer op een mooie dag met mijn vriendinnetje van Denekamp naar Oldenzaal. We waren een jaar of 12. Al giechelend en kletsend genoten we van ons tochtje toen we plotseling uit onze ooghoeken een man zagen staan half in de bosjes met zijn jas wijd open. Met ogen als schoteltjes en open mond zagen we dat hij zijn broek naar beneden had en een soort banaan vast had. We keken nog eens en wisten niet wat we zagen. We vielen bijna van de fiets, en voor we het wisten waren we gierend en gillend de berg opgefietst.
De laatste tijd moet ik regelmatig aan dit voorval denken, de kranten staan vol met sexueel misbruik. Het lijkt soms wel of de hele wereld hierom draait. Ik ben er op gaan letten en naast alle klimaat ellende en IS scoort dit zeer hoog.
Zo zat ik onlangs de documentaire te bekijken over Michael Jackson. Vier uur lang heb ik met grote verbazing en walging gekeken naar verhalen die je bijna niet kunt geloven. Over een man die wereldberoemd en geliefd was maar die de meest vreselijke dingen heeft gedaan met onschuldige kinderen.
Met vriendinnen hebben we het er vaak over. De toestand in de wereld: “Maar wat kunnen we eraan doen?” De één zegt: “Doe mij maar een kussen op mijn hoofd” en de ander wil versterven.
K-wereld. Maar ach dat lost ook niets op. Dat in elk geval niet.
Dus dan verlangen wij weer naar een eenvoudige potloodventer, die daar alleen maar een paar seconden staat met zijn potlood.
Van dat soort gesprekken hebben we dan op zo’n avond. En dan drinken we er nog één en zingen uit volle borst: “In de hemel is geen bier, en daarom drinken wij het hier!”
…van die dingen dus.

Oda