Column Oda

93

Floep licht uit

Nog niet zo heel lang geleden viel bij ons de stroom uit. Kan gebeuren, niets aan de hand. Het was een koude avond en ik zat heerlijk bij de kachel een boek te lezen, zacht muziekje aan en een glas wijn binnen handbereik. Ik had het Rijk alleen en genoot. Floep! En toen ging het licht uit. En mijn achtergrondmuziekje ook. Het was plots donker en stil. Enkel de kachel en 2 kaarsjes branden. En daar zat ik. Wat te doen?
Ik liep schoorvoetend met het kaarsje naar de meterkast, maar wat ik ook deed er gebeurde niets. Dan maar verder lezen. Nee, toch maar even de buren bellen of zij ook in het donker zaten. Maar ooh waar is de mobiel? Ik heb sowieso al moeite om elke dag dat ding te vinden, maar nu in het donker helemaal. Al kruipend en tastend door het huis in het donker vond ik het apparaatje eindelijk. Nu even bellen naar de buurtjes, maar helaas pindakaas; de batterij was leeg. Dan maar even de oplader zoeken, moet lukken. Struikelend over stoelen en tafels en nog veel meer, ik ben namelijk nachtblind, vond ik op mijn gevoel de oplader in een aardappelmandje. Blij natuurlijk, want mijn stemming was er niet beter op geworden. Het hele huis stond inmiddels op de kop. Op mijn gevoel vond ik het stopcontact en ja, hup erin. Er gebeurde niks. Natuurlijk niet, want er was geen electriciteit.
Ik sloeg me voor het hoofd, hoe stom kun je zijn? Dan maar weer naar die heerlijke kachel, want de rest van het huis begon al aardig koud te worden. Hout had ik gelukkig genoeg. Ik kroop er lekker dicht bij en ging verder met mijn boek; een zaklamp had ik inmiddels ook gevonden. Maar dit geluk duurde slechts een half uur.
Plots bekroop me een grote paniek en begon mijn fantasie op hol te slaan. Zou heel Diepenheim en Markvelde nu plat liggen? Is het wel een stroomstoring?
Oh mijn God, zou het een soort cyberaanval zijn? Stel dat heel Nederland nu plat ligt, door een stelletje slimme gestoorden ergens in de wereld. Dat kan! Stel dat dit nog dagen, weken en jaren duurt? Alles kan, dus waarom dit niet? Ik zat daar alleen te malen in die kamer en het angstzweet brak me uit.
Ik zag het helemaal voor me. Redden we het dan? Want we gaan dan weer helemaal terug naar het Stenen Tijdperk. Weg alles, luxe en welvaart. We gaan weer terug naar de tobbe, het paard en wagen en het wassen op de Bleek. Niks tv en wasmachine, laat staan internet en mobiel.
Ik bedacht me dat dit misschien een straf van “God” zou zijn. Omdat we zelf denken dat we “God” zijn. Dat we alles kunnen en mogen. Er zijn geen grenzen meer van wat wel en niet kan en mag.
Ik bedacht al een heel plan. Zo van, we gaan het rooien met elkaar, we gaan het redden en helpen elkaar. We gaan weer met onze handen werken en hebben alle tijd voor elkaar. Of gaan we vluchten? Waar moeten we naar toe?
En toen: Floep! Toen ging het licht weer aan.
Zo raar … en die nacht sliep ik heerlijk in mijn eigen warme bedje.

Oda