Column Oda

131

Ziel onder de arm

Het zijn van die dagen, dat je van voren niet weet dat je van achteren leeft.

Één van de uitspraken van mijn moeder. Vroeger begreep ik niet wat ze bedoelde.

Nu wel. Ik ben de kluts kwijt, ook weer zoiets.

Wat is een kluts? Ik weet het niet. Maar ik ben hem wel kwijt .

Van die dagen dus.

Dit jaar, 2018, is ook weer zo snel gegaan. Te snel misschien zodat ik het niet kan bijbenen. Hoogtepunten en dieptepunten. Zoals bij de meeste mensen. Anders zou het wel erg saai worden, als elke dag hetzelfde zou zijn.

Maar toch. Soms zijn de dieptepunten wel erg diep.

En dan praat ik niet alleen over mezelf, maar ook over mensen in mijn omgeving.Dat heb je in een een “dorp” of op het platteland. Je bent toch een beetje meer betrokken bij  de mensen en dat is best fijn.

Zo ben ik in een van de laatste weken van dit jaar mijn kleine broertje verloren. Ik zeg nog altijd mijn kleine mongolenbroertje, maar dat mag je niet meerzeggen. Dat is een soort rascistisch, net als Zwarte Piet.

Ik vind het grote onzin… What’s in a name.

Mijn kleine lieve broertje is dood. En dat doet mij verdriet.

Zo’n mooi onschuldig mens, die nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan..(wel weer een mooie uitspraak) Maar het doet zeer.

Hij heeft het grootste gedeelte van zijn leven op “De LosserHof” gewoond.

Toen ik 18 jaar was heb ik daar ook mijn opleiding gedaan.

Hij was in goede handen. Dus na een paar jaar ben ik vertrokken naar elders en ging mijn eigen weg.

Ik ging regelmatig op bezoek en hoe ouder ik werd hoe meer ik bewondering kreeg voor de mensen die er werken en van mijn broertje hielden. Ik kan iedereen aanraden om een keer een bezoekje te brengen en te kijken hoe daar het leven geleefd wordt. En de bewoners en het personeel. Het is een oase in een hectische kapitalistische wereld. Het is ook onbegrijpelijk  dat er bijna niemand fulltime mag werken omdat te duur is. De lonen zijn laag en dat is dan de Nederlandse gezondheidszorg. Ik schaam me dat ook dit mogelijk is in Nederland.

Het is met geen pen te beschrijven hoe betrokken de mensen zijn die daar werken.

De groep waar mijn broertje woonde was een warme familie. De laatste weken en dagen voor zijn dood waren vol toewijding en liefde. Het personeel kwam op vrije dagen bij hem om uren aan het bed te zitten. Het afscheid was in de woonkamer en iedereen was erbij.

Het was een soort hemeltje op aarde.

Het leven gaat door en ik loop met mijn ziel onder de arm.

Onderweg kom ik veel meer mensen tegen met hun ziel onder de arm, maar je ziet het niet altijd.

Een goed 2019,

Oda