column Oda

85

Luchtbus

Het heeft iets surrealistisch. Ik zit er middenin. 20 Uur in een vliegtuig met honderden mensen in rijen naast en achter elkaar. Starend naar een scherm of apathisch voor zich uitkijkend. Om de paar uur voedertijd. Sinds ik weet wat ze in die maaltijden stoppen krijg ik bijna braakneigingen. Allerlei middeltjes om te voorkomen dat 868 mensen niet tegelijk aan de poeperitus raken en maar een vingerhoedje water om niet te hoeven plassen. In deze luchtbus zitten 538 mensen onderin en op de bovenverdieping nog eens 330. En dat gaat dan de lucht in…. de vraag is; blijft ie in de lucht?
Voor geïnteresseerden: dit is de grootste vliegende bus ter wereld met zitruimte van 49 m lang bij 6,5 m breed. Dat zijn 868 mensen op ongeveer 300 m2. Dat is net zoiets als plofkippen, maar dan anders.
Ik zit rechtop en laat alles op mij inwerken maar krijg toch een beetje een unheimisch gevoel. Er worden etuitjes uitgedeeld met prullaria. Sokken, oogmasker, tandenborstel etc. Het lijkt wel een kinderfeestje. Ik doe mijn ogen dicht en luister naar de geluiden. Er klinkt een monotoon gezoem, alsof er uren een stofzuiger aanstaat. Wanneer de lichten gedoofd worden lijkt iedereen onder narcose te gaan en valt iedereen in slaap.
Uren later schrik ik wakker en weet niet waar ik ben. Ik lig niet in mijn eigen bedje, zit rechtop vastgesnoerd in een stoel. Een wildvreemde vent met tulband ligt heerlijk met zijn hoofd op mijn schouder. Er komt kwijl uit zijn mond. Waar ben ik? Wie is dit? Verwilderd kijk ik om me heen, maak mezelf los en gooi de oliesjeik tegen een ander aan. Dan zie ik links naast me mijn eigen kerel met zijn voorhoofd op het klaptafeltje. Ik ga staan en zie voor, achter en naast me slapende zombies. Ik wil weg, naar buiten. Maar bedenk me dat dat niet handig is. Oda, rustig blijven. Even wandelen, dat is goed. Al stappend over bewustelozen val ik languit in het gangpad en bid weesgegroetjes als meditatie. Ik baan me door deze Fellini film en vind de trap naar de bovenverdieping waar business class verblijft. Dezelfde kwijlende bende maar dan met een glas whiskey. Ik zie alles. Maar niemand ziet mij. Ook geen personeel, waar zijn ze? Weer beneden zie ik een schim die een deur binnengaat. Ik loop haar achterna en we dalen een trap af naar het ruim. Er is dus ook nog een kelder! Tot mijn verbazing zie ik achter een gordijn stapelbedden met slapende bemanningsleden. Ik mag toch hopen dat de piloot hier niet tussen ligt! Dan ziet de stewardess mij. Ze neemt mij mee naar een keukentje en we drinken koffie. We hebben nog 10 uur te gaan. De piloot doet zijn werk, de crew is bereikbaar. Ik kruip weer over het gepeupel heen, lees een boek, kijk een film en slaap. Dan landen we met een plof in Australië. Deepn is ver weg. Niemand applaudiseert als het flatgebouw landt.
Alleen ik, zei de gek.
‘En voor de piloot nog eenmaal TROELALA!’