Column Oda

72

Kalimera

De kleine winkel aan de haven, een soort winkel van Sinkel, is volgepropt met van alles en nog wat. Een genot om daar wat te snuffelen en te kopen. De eigenaar is een schat van een Griek, mijnheer Papalamepilos. Hij rent zijn benen uit zijn lijf en voordat je goed en wel binnenkomt krijg je al een flesje heerlijke olijfolie. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij heeft het wel. Altijd aardig en hardwerkend. Ze kunnen het wel die Grieken, hard werken, vooral nu ze zich uit de crisis moeten slepen. Dat was voor die tijd wel anders, sega, sega (kalm aan). Het hoognodige werd toen gedaan. Het liefst zaten ze op een stoeltje over de zee uit te kijken, al spelend met hun Griekse rozenkrans. Een ouzootje erbij, siësta van 3 uur en met een bootje varen. Heerlijk toch? Nu is het anders, de Grieken lijken het nu eindelijk te begrijpen. Er moet gewerkt worden, er moet brood op de plank komen. Nog niet zo lang geleden, wanneer je een visser op het terras vroeg of ie goed had gevangen, dan antwoordde hij: “Ja één vis”, en dat is genoeg voor vandaag. Als ik dan vragend keek vertelde hij blij dat hij deze vis goed had verkocht aan een restaurant en morgen was er weer een dag voor een vis. Dat waren nog eens tijden. Nu wordt er hard gewerkt en door alle ellende dansen ze zich door deze crisis heen.
Ze zijn ook wat inventiever geworden, ze beginnen allerlei zaakjes op te zetten, ze donderen hun oude troep niet meer langs de weg of in het ravijn, er zijn zelfs groepen mensen die de bermen schoonhouden en de lege blikjes worden ook niet meer uit de auto’s gemieterd, dat scheelt allemaal al een slok op een borrel. Dan praat ik niet over de grote steden, daar is het allemaal wel erger. Maar het dorpje waar wij nu al 20 jaar komen is een soort Diepenheim, maar dan aan de Ionische Zee. Klein en overzichtelijk. We kwamen hier en alles werd nog betaald met drachmen en er werd nog op ezels gereden. Toen kwam de euro en pinautomaten en de ezels werden ingeruild voor Mercedessen. Onvoorstelbaar! Het geld was een cadeau van Europa en ze vergaten belasting te betalen. Oeps.. En toen ging het mis. Maar nu gaat het weer de goede kant op. Er wordt gewerkt, en iedereen doet erg zijn best om het goed te maken. Dit prachtige land moet het niet hebben van de industrie, maar van de toeristen en de olijfolie.
En terwijl ik in dat leuke winkeltje een stofzuiger koop, komt er een bezweet Nederlands echtpaar uit een giga camper de winkel ingelopen, planten zich op een stoeltje onder een ventilator krijgen een glaasje fris, een flesje olijfolie en een gulle Griekse lach.
En terwijl mijnheer Papalamepilos de zolder afstruint voor twee schroefjes, draait de vrouw zich naar me toe en zegt: ”Kijk zo aardig, wij kopen elke week twee schroefjes voor 50 eurocent en dan krijgen we gratis een glaasje drinken en een flesje olijfolie, dan hoeven we niet naar de supermarkt en op een terras iets te bestellen, leuk hèèè??”
Kijk en daar word ik dus niet goed van.
Oda