Blij dat ik een hond ben

27

“Een hond is ook een soort mens en waarschijnlijk nog beter dan een mens”, zegt ze. Sinds ze op TV “Het geheim van de hond “ heeft gezien, ben ik nog meer in aanzien gestegen.

Languit lig ik op het kleed met mijn rechterpoot onder mijn kin en kijk strak naar haar. De kachel snort en ik ben een tevreden hond. Ik mijmer over het afgelopen jaar. Dat het vrouwtje een beetje maf is, ach dat wist ik wel, maar dat de hele wereld gek aan het worden is, nee, dat wist ik niet.

Nog niet zo lang geleden riep ze naar me dat in heel ons land een boerkaverbod is  ingevoerd, geen gezichtsbedekkende kleding in openbare gelegenheden. Nou dat was me wat.

Totdat niet veel later dat gekke mens plots voor me stond met een rare lap voor haar gezicht en een tas in haar hand. Even dacht ik dat het carnaval was, maar nee dus. “BOEH” zei ze. “Kom op Poladt, we gaan hamsteren, we gaan naar de stad.” Ik wist niet wat ik zag, iedereen zag er bijna hetzelfde uit, allemaal een soort boerka of nikab op en allemaal pakken wc-rollen onder hun arm. Was iedereen moslim geworden? Maar wat moesten die wc-rollen dan? Had ik als hond iets gemist? Is iedereen aan de schijteritus? Het moet niet gekker worden, toch? Eerst werd je gearresteerd als je met een masker op bij een pinautomaat stond te rommelen en nu word je in de boeien geslagen als je zonder masker geld wilt pinnen!

Op een dag werd het steeds stiller en stiller. En niet alleen in Diepenheim, maar de hele wereld lag min of meer stil, zei het vrouwtje met haar boerka  op. De aarde is ziek en de mensen ook. Wij mensen denken dat we alles kunnen en we kunnen ook veel, van bijna niks hebben wij een wereld gemaakt waarin er nauwelijks meer plek is voor mensen en dieren. Wij mensen denken dat we God zijn en dat zijn we niet.

Ik hoop dat dit sprookje een happy end krijgt. Als ik ‘s avonds  heerlijk op mijn kussen onder de trap lig, komt het vrouwtje me vertellen dat de pleuris is uitgebroken, de stilte is voorbij, het land, vooral  de steden lijken in oorlog. Ze  kijkt me treurig aan en zegt zacht ”Het lijkt wel de Kristallnacht”. Ik weet niet waar ze het over heeft. Maar wat ben ik blij, dat ik een hond ben en dat ik in Deep’n woon.

Poladt