Droom

29

Ik had een droom. Ik droomde over een heerlijke nieuwe wereld zoals Aldous Huxley die ooit beschreef in zijn boek Brave New World. Ik zag wereldleiders hand in hand over het Platanenplein lopen terwijl ze bloemen uitdeelden. Gelukzalig verklaarden ze dat ze de perfecte mens hadden gecreëerd. Op het terras bij Irma ontwaarde ik de joffers Van Beckum. Ze hadden grote pret. Maar waarover? Over het nieuwe Jofferpad? Over een verbroederingsfeest met de Raesfeltjes op Twickel? Hun vingertoppen waren nog steeds licht geschroeid. Rondom het Stedeke hadden de maïsvelden plaats gemaakt voor wuivend koren. Was het tijd voor een nieuw boek? De titel had ik al: Wij zijn tarwe.

De openingszin was er ook al: Er tekende zich een ietwat log, paars-grijs gebouw van slechts  twee verdiepingen af tegen de strakblauwe hemel. Buiten stond een hoge mast. NIEUW stond er bovenop.  Natuurlijk, de zuil was de ultieme metafoor van de heerlijke nieuwe wereld. Binnen kon je het toekomstperspectief als het ware al uittekenen.

Totdat ik ineens wakker werd. Op het nieuws hoorde ik over oorlog. De diesel kostte iets minder. Het brood was in prijs verdubbeld. Om de zinnen te kunnen verzetten begon ik voor het eerst aan een column voor Deeps Nieuws. Je moet toch wat.

Henk Boom